Gijs Assmann | Marlies Appel | David Bade | Merina Beekman | Simon Benson | Dineke Blom | Marcel van Eeden | Otto Egberts | Helen Frik | Rosemin Hendriks | Tjibbe Hooghiemstra | Nour-Eddine Jarram | Natasja Kensmil | Juul Kraijer | Ronald Noorman | Erik Odijk | Roland Sohier | Elly Strik | Dieuwke Spaans | Juliette Tulkens | Piet Tuytel | Hans de Wit

Arno Kramer

over tekenen   1|2|3|4   De tekening biedt bovendien, meer dan andere disciplines, vooral de mogelijkheid om impulsieve gedachten, onbewuste ideeën snel vast te leggen. De “zienigheid” die veel kunstenaars door tekenen hebben ontwikkeld, is een kwaliteit die kan ontstaan doordat de kunstenaar gemakkelijk risico’s neemt en nieuwe en onverwachte beeldende mogelijkheden ontdekt. Elke kunstenaar, hoe geïsoleerd hij ook werkt, staat met wat hij maakt ook altijd in een communicatieve relatie met de “buitenwereld”. Die communicatie is in wezen een uiterst particuliere. Tijdens een gesprek, het lezen van een boek of het kijken naar een kunstwerk, is de beschouwer op dat moment even gelijk aan de maker. Deze gelijkheid is de gelijkheid van het bewustzijn, schreef de dichter Joseph Brodsky. Zij blijft, vaag of helder, de mens zijn hele leven als herinnering bij, en bepaalt vroeg of laat, te pas en te onpas, het gedrag van het individu. Zo is die communicatie uiteindelijk als het product van een wederzijdse eenzaamheid van beschouwer en maker. Wat de woorden voor de dichter zijn is, als we de vergelijking met de literatuur nog even voortzetten, de lijn voor de kunstenaar. De “taal” van het beeld groeit met de voortgang in een tekening. De lijn is meestal ook een syntactisch of wel bindend element.  >