Gijs Assmann | Marlies Appel | David Bade | Merina Beekman | Simon Benson | Dineke Blom | Marcel van Eeden | Otto Egberts | Helen Frik | Rosemin Hendriks | Tjibbe Hooghiemstra | Nour-Eddine Jarram | Natasja Kensmil | Juul Kraijer | Ronald Noorman | Erik Odijk | Roland Sohier | Elly Strik | Dieuwke Spaans | Juliette Tulkens | Piet Tuytel | Hans de Wit

Arno Kramer

over tekenen   1|2|3|4   Over weemoed en verlangen. Over twijfel en zekerheid. Over werkelijkheid en fantasie. Een tekening lijkt soms een gematerialiseerde droom die vooral over het opheffen van het weten gaat. De tekening is ook een monument voor de poŽtica van de kunstenaar, waarin zowel terugwijzende als vooruitwijzende tekens besloten kunnen liggen. De betekenis van de tekening is sterk veranderd in de 20ste en 21ste eeuw. In de hedendaagse kunst krijgt de autonome tekening, zo lijkt het, weer meer aandacht. Dat is niet onlogisch. Zij wil heden ten dage iets anders mededelen dan alleen zichtbare technische vaardigheid of het vastleggen van de werkelijkheid. De tekening is, in vergelijking met de genres in de literatuur, wellicht het best met een gedicht, met poŽzie te vergelijken. PoŽzie laat zich immers op allerlei manieren lezen, zij brengt de taal het meest in een staat van verlangen. Laat veel open voor persoonlijke interpretaties. We lezen als het ware betekenissen in de witregels van een gedicht. Toch is er ook een groot verschil. In het benoemen en in het beschrijven van dingen, van de wereld en van gevoelens, gebruiken wij taal die van iedereen is. Door woordkeus en de volgorde van de woorden probeer ik mijn beschrijvingen en bekentenissen een overdrachtelijke betekenis te geven. Maar in tekenen zoekt de beeldende kunstenaar in feite naar zijn eigen beeldende syntaxis. Taal is een zodanig specifiek medium dat je kunt zeggen dat het als het verlengde van het innerlijk op zijn minst het uiterlijk van de schoonheid gestalte kan geven zoals K.P.Kavafis schreef in het gedicht:

Ik bracht over in de kunst
Ik zit te peinzen. Verlangens en gevoelens
bracht ik over in de Kunst Ė half gezien,
gezichten en omtrekken, vage herinneringen
aan onvervulde liefdes. Laat ik mij op haar verlaten.
Zij weet het Uiterlijk van de Schoonheid gestalte te geven:
bijna onmerkbaar het leven aanvullend,
indrukken verbindend, de dagen verbindend.   >