Gijs Assmann | Marlies Appel | David Bade | Merina Beekman | Simon Benson | Dineke Blom | Marcel van Eeden | Otto Egberts | Helen Frik | Rosemin Hendriks | Tjibbe Hooghiemstra | Nour-Eddine Jarram | Natasja Kensmil | Juul Kraijer | Ronald Noorman | Erik Odijk | Roland Sohier | Elly Strik | Dieuwke Spaans | Juliette Tulkens | Piet Tuytel | Hans de Wit

Arno Kramer

Introductie  1|2|3|4   Soms lijken die tekeningen er zelfs met de haren bijgesleept of blijken kunstenaars, waar werk op papier nooit bekend van was, ook hun kwaliteiten in die discipline eens te willen beoefenen. Te denken valt hierbij aan Thomas Schutte, Sigmar Polke, Gerhard Richter, Rosemarie Trockel en Tony Cragg. Overigens met soms erbarmelijke, zielloze resultaten.

Vanzelfsprekend zijn er ook prachtige ontdekkingen gedaan. Het belang van de tekeningen van Louise Bourgeois zal niemand ontkennen, evenmin van Marlene Dumas, Miriam Cahn en Sylvia Bachli, Enzo Cucchi, Mimmo Paladino, Francesco Clemente, George Baselitz en Per Kirkeby. Deze laatste kunstenaars zijn in staat gebleken om zowel in hun schilderkunst als in hun tekenkunst een zeer hoog niveau te bereiken. Voor deze tentoonstelling over tekenen, getiteld Into Drawing Hedendaagse Nederlandse Tekeningen, ligt bij de keuze van de kunstenaars de nadruk op hen die het tekenen als hoofdbezigheid in hun werk hebben of soms zelfs als enige discipline beoefenen. Juist omdat er steeds meer te zien is op het gebied van tekenen, is een strenge selectie nodig geweest. In deze grotere presentatie zijn ook aspecten van de tekenkunst te zien die wellicht meer in een traditie zijn geworteld. Er is geen populistische lijn gevolgd. Hoe expressief en dynamisch sommigen jonge kunstenaars er ook op los tekenen, er is een hoop chaos en rommel.

Een opvallende feit doet zich vooral voor; er wordt heel weinig abstract getekend. Als we gemakshalve de tekening nu ook maar tot de populairdere disciplines rekenen, is het verklaarbaar dat er vooral figuratief wordt gewerkt, omdat die tendens in de hele kunst van nu overheerst. Maar er is misschien ook een andere oorzaak aan te geven en dat betreft het wonderlijke feit dat er niet zo veel Nederlandse schilders uitgesproken tekenaars zijn. Zij lijken de problematiek van het platte vlak dikwijls direct te “vertalen” naar het schilderij, naar kleur en materie. Merkwaardig genoeg zijn het juist zij die ook ruimtelijk werk maken, die een zeer autonome ontwikkeling van de tekening laten zien. Dat de steeds grotere groep echte tekenspecialisten kwaliteit levert is evident. Vooral bij jongere kunstenaars is het de figuratie die de overhand heeft. In ruimere experimenten met werken op papier, maken tekeningen soms deel uit van een installatie en vormen zo een onderdeel van een groter geheel. Voor deze kunstenaars lijkt het weer erg vanzelfsprekend om tekeningen te maken. Misschien is het nu ook vanzelfsprekend dat een groter overzicht van Nederlandse Hedendaagse Tekeningen een plaats krijgt binnen de expositieagenda van het nieuwe Apeldoorns Museum. >